Twee verliefde zwervers en een stel kutburen.

Vroeger zocht je een huis. Tegenwoordig zoek je een wonder, drie rijke ouders, een werkgeversverklaring en een makelaar die bereid is je telefoontje te beantwoorden. En dan heb je nog geen huis. Ik heb twee jaar een dakloze man op mijn bank gehad. Niet zo eentje die met een winkelwagentje door het centrum zwalkt en tegen lantaarnpalen staat te schreeuwen. Gewoon een volwassen vent met werk, een inkomen en een verrassend groot vermogen om zich ergens permanent te installeren zonder officieel ergens te wonen. Twee jaar. Er zijn mensen die in die tijd trouwen, scheiden, opnieuw trouwen en alweer een advocaat zoeken. Bij mij lag er gewoon nog steeds dezelfde vent op de bank. Mijn kutkok. Zo noem ik hem. Omdat hij niet kookte en omdat ik weinig behoefte heb om mijn huisgenoten met koosnaampjes als zonnestraaltje of lieverd aan te spreken. Hij was inmiddels zo'n vast onderdeel van mijn interieur dat ik bij het stofzuigen automatisch om hem heen werkte.

En toen gebeurde het ondenkbare. Hij kreeg een vriendin. Ik weet niet hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen, maar blijkbaar zijn er vrouwen die denken: Een man zonder huis? Heerlijk! Dan hoef ik tenminste niet eerst zijn afzichtelijke meubels weg te gooien. Het werd nog mooier. Zijn vriendin woonde na haar scheiding noodgedwongen bij haar oudste zoon. Daar zaten ze dan. Twee volwassen mensen van middelbare leeftijd. Allebei een leven achter de rug, allebei kinderen grootgebracht, allebei klaar voor een nieuwe liefde. Ze hadden samen nog geen vierkante meter woonruimte, maar wel een relatie. Dus gingen ze in de weekenden naar hotels.(Mag wat kosten). Waar andere stellen een hotel boeken voor een romantisch uitstapje, boekten deze twee er eentje om eens ongestoord hun sokken uit te kunnen trekken.

De liefde bloeide op tussen de gratis shampoo, de kartonnen bekertjes en de onvermijdelijke vraag of ze de minibar hadden gebruikt. En op een dag besloten ze samen te gaan wonen. Ja, ik weet het. Wat een decadentie. Twee mensen die samen willen slapen, eten en de afstandsbediening kwijtraken. Je zou ze bijna aangeven wegens buitensporige levensverwachtingen.

Maar goed, ze begonnen aan de huizenjacht. En dat is tegenwoordig geen zoektocht meer. Het is een vernederingsritueel waarbij je vrijwillig al je persoonlijke gegevens inlevert om vervolgens door een computer te worden afgewezen. Je schrijft je in op een woningsite. En nog eentje. Na verloop van tijd heb je meer accounts dan een professionele internetoplichter en ben je nog steeds dakloos. Bij iedere woning moet je aantonen dat je minstens drie tot vier keer de huur verdient. Want stel je voor dat iemand met een normaal inkomen een normaal huis zou huren. Dat kunnen we natuurlijk niet hebben. Voor een appartement waar je je kont nauwelijks kunt keren, moet je tegenwoordig een salaris hebben waarmee je vroeger een complete boerderij inclusief paardenstal kon financieren. En als je dan eindelijk aan alle eisen voldoet, krijg je een mailtje: Helaas bent u niet geselecteerd.

Niet geselecteerd. Alsof je auditie hebt gedaan voor Holland's Got Talent en de jury vindt dat je onvoldoende uitstraling hebt om in een rijtjeshuis te wonen. Maar toen kwam de redding. Een kennis had een woning beschikbaar. Er zat alleen een klein juridisch hobbeltje aan vast: onderhuur. Ja, dat mag niet zomaar. Dat wisten ze.

Voordat de moraalpolitie nu massaal de leesbril opzet om een verontwaardigde reactie te typen: bespaar je de moeite. Als je moet kiezen tussen een regel overtreden of onder een viaduct gaan liggen, wordt dat viaduct ineens een stuk minder aantrekkelijk. Dus ze huurden het huis. En zowaar, het leven begon weer ergens op te lijken.

Ze hadden een woonkamer. Een slaapkamer. Een keuken. Een eigen voordeur. Je zou denken dat de champagnekurken bij de gemeente door de lucht vlogen. Twee mensen minder zonder woning! Maar nee. De buren hadden iets ontdekt. Er woonden mensen naast hen. En kennelijk waren dat niet de mensen die ze persoonlijk hadden goedgekeurd. Nu zijn er mensen die hun vrije tijd besteden aan tuinieren, lezen, wandelen of het verzamelen van postzegels.

En er zijn mensen die vanachter de vitrage de nationale veiligheid bewaken. Die laatste categorie had hier blijkbaar een filiaal geopend. Ik stel me voor dat er een compleet observatieschema op de koelkast hing.

08.12 uur: man verlaat woning.

08.14 uur: vrouw opent gordijnen.

12.37 uur: onbekende boodschappentas gesignaleerd.

19.46 uur: verdacht geluid. Mogelijk vaatwasser.

CODE ROOD. ER WORDT GEWOOND.

En dus werd de gemeente ingelicht. Want stel je voor dat twee mensen ergens gelukkig zitten te zijn zonder dat de buurt daar een officieel referendum over heeft gehouden. Het gevolg? Na ongeveer drie maanden konden ze hun spullen weer inpakken. De onderhuur mocht niet. Punt. De buren hadden gewonnen. Ik hoop dat ze die avond een feestelijk bittergarnituur hebben besteld. Misschien een lintje aangevraagd. Een oorkonde voor uitzonderlijke prestaties op het gebied van andermans ellende. Gefeliciteerd, u heeft twee mensen hun woonruimte afgenomen. De samenleving is u bijzonder dankbaar.

En daar stonden ze weer. Met hun koffers, hun spullen en een liefde die inmiddels meer verhuizingen had overleefd dan de gemiddelde militaire uitzending. Dus namen ze een longstay in een hotel. Longstay. Dat klinkt fantastisch. Alsof je een steenrijke zakenman bent die voor een halfjaar naar Singapore wordt gestuurd en tijdelijk verblijft in een suite met marmeren vloeren en een butler die je sokken strijkt. In werkelijkheid betekent het dat je een godsvermogen betaalt voor een kamer waarin je je hele bestaan moet zien te organiseren. Je betaalt hotelprijzen om te kunnen slapen, terwijl je geen vakantie hebt, nergens naartoe gaat en de volgende ochtend gewoon naar je werk moet. Dat is alsof je iedere dag een taxi bestelt om vervolgens op de achterbank je boterhammen te eten. Je leeft uit koffers, je hebt geen fatsoenlijke keuken en je bent inmiddels zo vaak verhuisd dat je bij het zien van een verhuisdoos spontaan begint te hyperventileren.

Maar hé, je hebt een dak. Voorlopig. En ondertussen ging de zoektocht gewoon door. Dagelijks woningen bekijken. Reageren. Documenten uploaden. Wachten. Afgewezen worden. Opnieuw beginnen. De Nederlandse woningmarkt is inmiddels een soort datingapp voor mensen met een ernstige vorm van zelfkastijding. Je ziet een aantrekkelijke woning, je toont interesse, je vertelt alles over jezelf en vervolgens hoor je nooit meer iets. En als je eindelijk een reactie krijgt, blijkt het object van je verlangen al met iemand anders verder te zijn gegaan.

Maar toen gebeurde er opnieuw een wonder. Ze vonden een huis! Een écht huis. Officieel gehuurd. Met een contract. Helemaal volgens de regels. Ik vermoed dat ergens op een ministerie een ambtenaar flauwviel van verbazing. Twee werkende volwassenen die daadwerkelijk een woning hadden gevonden. Zonder onderhuur. Zonder hotelreceptie. Zonder dat er iemand vanuit de bosjes met een verrekijker hoefde te controleren wie de voordeur opendeed. Er is alleen een minuscuul probleempje. Ze mogen er maar een paar maanden blijven. Een paar maanden!

Dat is geen huurcontract. Dat is een proefabonnement op een normaal bestaan. Je mag even ervaren hoe het is om een eigen keuken te hebben, je tandenborstel permanent in een beker te zetten en je onderbroeken in een kast te leggen. En zodra je eindelijk weet welk lichtknopje waarvoor dient, kun je de verhuisdozen weer tevoorschijn halen.Misschien moeten we er een televisieprogramma van maken.

HEEL HOLLAND VERHUIST.

Iedere aflevering krijgen twee kandidaten een tijdelijke woning. Ze mogen er maximaal drie maanden blijven. Daarna komt een presentator met een gouden envelop vertellen dat ze helaas niet door zijn naar de volgende ronde. De winnaar krijgt een huurcontract voor zes maanden. En een gratis verhuisdoos.

Alsof het allemaal nog niet krankzinnig genoeg is, heeft mijn kutkok binnenkort ook nog een nieuwe baan aan de andere kant van het land. Want werken doet hij gewoon. Dat schijnt tegenwoordig overigens geen enkele garantie meer te bieden dat je ergens kunt wonen. Je kunt keurig iedere ochtend opstaan, je uren maken, belasting betalen en bijdragen aan de samenleving. Maar een huis? Hoho. Niet zo inhalig. Je hebt toch al een baan? Mijn kutkok heeft inmiddels een indrukwekkender woon-cv dan werk-cv.

Twee jaar op mijn bank. Romantische weekendjes in hotels. Een huis via een kennis. Weer dakloos dankzij de plaatselijke vitragevereniging. Een longstayhotel. En nu een tijdelijke woning. De volgende stap is vermoedelijk een stacaravan, een omgebouwde zeecontainer of een verlaten bushokje met vloerverwarming.

Ik vind het werkelijk fascinerend dat we in een land leven waar je een complete keuken kunt laten bezorgen binnen vierentwintig uur, maar waar het vinden van een woning langer duurt dan het bouwen van de Egyptische piramides.

We hebben woningen nodig. Heel veel woningen.

Maar in plaats daarvan hebben we vooral wachtlijsten, huurvoorwaarden, inkomenseisen, bezichtigingsrondes en mensen die vinden dat je gewoon wat harder moet zoeken. Natuurlijk. Waarom hebben die twee daar zelf niet aan gedacht? Gewoon wat harder zoeken! Misschien moeten ze 's nachts onder stenen kijken. Of bij de gevonden voorwerpen informeren of iemand toevallig een rijtjeshuis heeft laten liggen.

Ik hoop dat ze binnenkort eindelijk een vaste woning vinden. Een plek waar ze hun meubels kunnen neerzetten zonder alvast de volgende verhuisdatum in hun agenda te moeten schrijven. Waar ze een plant kunnen kopen zonder zich af te vragen of die de volgende verhuizing overleeft. Waar ze samen oud kunnen worden. En waar de buren zich uitsluitend bezighouden met hun eigen leven.

Al besef ik dat dat laatste in Nederland misschien nog wel moeilijker te vinden is dan een betaalbaar huurhuis. Tot die tijd blijven ze zoeken. Want blijkbaar is het tegenwoordig volkomen normaal dat twee volwassen mensen met werk en inkomen van tijdelijke woning naar hotelkamer naar tijdelijke woning trekken. Maar gelukkig hebben we in Nederland een uitstekend sociaal vangnet. Je moet alleen wel zelf ergens een haakje vinden om het aan op te hangen.

X Q

Share
Maak een gratis website.